Kikkers
Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren
bij de kikkergroep. Je leert bijvoorbeeld hoe je te water moet gaan
en vervolgens hoe je door het water moet lopen. Bijvoorbeeld
lopen als dieren zoals springen als een kikker, een giraffe
(hoog) of een muis (laag) of een konijntje (huppelen) enz.
Verder leer je om met je hoofd onder water te kunnen, je
adem in te houden en je ogen open te houden. Je kunt
dan bijvoorbeeld voorwerpen opduiken van de bodem. Wat
ook heel belangrijk is, dat je leert wat je moet doen als je valt
of als je het evenwicht verliest. Je leert weer rechtop
te gaan
staan
na een val.
Dit alles wordt verwerkt in de vorm van opdrachten, spel of
progressieve oefeningen.
Kennis laten maken met de eigenschappen van het water
Loopvormen, balspelletjes
Aandacht besteden aan ademhaling
Kringspelen
Laten vallen op de buik en rug
Kruipen en met de benen spartelen
Bellen blazen onder water
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door te
gaan naar de zeepaardjes:
Hoofd onder water doen
Oriënteren onder water
Ballon voort blazen over enkele meters
Met T-shirt aan in het water zijn
Op de kant klimmen met T-shirt aan (evt. dmv vlot)
Uitdrijven op de buik met het gezicht in het water
Uitdrijven op de rug, zelf weer opstaan
Uitdrijven op de buik
Uitdrijven op de rug met T-shirt aan
Beenslag rugcrawl en borstcrawl
Zeepaardjes
Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren
bij de zeepaardjes. Je leert bijvoorbeeld door een hoepel
te duiken als een echt zeepaardje, om je vervolgens
onder water verder te bewegen. Je leert om goed voorwerpen
van de bodem op te duiken, je moet hierbij goed je ogen
open houden. Verder ga je al een beetje oefenen met de
borstcrawl en de rugcrawl. Tevens leer je om jezelf goed
boven water te houden als je bijvoorbeeld van een mat af valt.
Je gaat ook al eens naar het diepe bad toe, dat is pas echt
spannend.
Dit alles wordt verwerkt in de vorm van opdrachten, spel of
progressieve oefeningen. Denk bijvoorbeeld aan kringspelen
of verhalen die verteld worden waarbij je ondertussen allemaal
oefeningen moet doen. Er worden ook wedstrijdjes gehouden.
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door te
gaan naar de pinguïns:
Zwemmen met T-shirt
Onder water onder een drijvend voorwerp doorgaan
Te water gaan via mat of glijbaan
Van buik naar rug draaien en weer terug
Goede uitvoering bij de schoolslag van de beenslag
Enkelvoudige rugslag
Aanzet beenslag bij borstcrawl
Aanzet beenslag bij rugcrawl
Verbeteren uitdrijven borst en rug
Pinguïns
Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren bij
de pinguïns. Je gaat verschillende springvormen vanaf de
kant doen als een echte pinguïn. Je leert te zitten op de
bodem van het zwembad. Ook ga je als echte pinguïn veel
onder water oefenen, je gaat bijvoorbeeld onder een mat
doorzwemmen. Je leert een handstand te maken of zwemt
onder de benen door van een andere pinguïn. Je leert met
een bal te zwemmen en wat je allemaal nog meer voor leuke
dingen kunt doen met de bal in het water. Verder zul je als
pinguïn al veel meer in het diepe bad gaan oefenen.
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door
te gaan naar de dolfijnen.
Zwemmen met T-shirt
Schoolslag combinatie
Oriëntatie onder water
Beenslag bij rugcrawl en aanzet armen
Beenslag bij borstcrawl en aanzet armen
Te water gaan van de kant met een sprong voorwaarts
Verkenning van het diepe bad
Hele draai om de lengte–as
Enkelvoudige rugslag
Met bal op borst en rug zwemmen
Dolfijnen
Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren bij
de dolfijnen. Je leert bijvoorbeeld om als een echte dolfijn
te water te gaan. En je gaat als een echte dolfijn over en
onder een lijn door en door het gat. Ook leer je te draaien
van je rug naar je buik en weer terug. Je leert te watertrappen,
dit is handig als je aan het overgooien bent met een ballon
bijvoorbeeld. Ook ga je oefenen om met kleding aan te zwemmen.
Zodat, als je een keer in het water valt met kleding aan, je dan
weet wat je moet doen. Verder ga je heel erg hard aan je conditie
werken. Je zwemt nu in het diepe bad en je gaat hele banen
zwemmen. Dat is pas echt dolfijnenwerk.
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door te
gaan naar de krokodillen:
Gekleed
15 seconden watertrappen
Een halve baan schoolslag
onder een lijn door duiken
½ draai om lengte-as
een halve baan rugslag
uit het water klimmen
In badkleding
Door het gat op 3 meter zwemmen
2 banen schoolslag
2 banen rugslag
Drijven op de borst
Drijven op de rug
8 meter borstcrawl
8 meter rugcrawl
60 seconden watertrappen met 2 keer een hele draai om de lengte-as
Als je aan alle eisen van de dolfijnen voldoet, kan je het A-diploma halen.
Krokodillen Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren bij de
krokodillen. Je gaat leren hoe je als een echte krokodil onder een
vlot door kan zwemmen en je leert naar de bodem te duiken om
daar voorwerpen op te rapen. Je leert een mooie borstcrawl te
zwemmen en ook hoe je moet ademen bij deze zwemslag. Ook ga je
als krokodil langere afstanden zwemmen. Je leert om zo stil te
liggen als een krokodil en hoe je moet watertrappelen met je handen
op je hoofd.
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door
te gaan naar de orka's:
Gekleed
30 seconden watertrappelen
1 baan schoolslag
onder vlot door zwemmen
draai om lengte-as
1 baan rugslag
uit het water klimmen
In badkleding
Door het gat op 6 meter zwemmen
3 banen schoolslag, met 3 x voetwaarts naar bodem zakken
3 banen rugslag
Drijven op de borst
Drijven op de rug
10 meter borstcrawl
10 meter rugcrawl
30 seconden watertrappelen met armen en benen
en 30 seconden met de benen
Als je aan de eisen van de krokodillen voldoet, kan je op
voor het B-diploma.
Orka's
Je gaat een heleboel leuke en spannende dingen leren bij
de orka's. Je leert koprollen maken en onder en over het
vlot heen te klimmen, met kleding aan. Je leert naar de
bodem te duiken en door het gat te zwemmen als een echte
orka. Je leert wat je moet doen als je bijvoorbeeld van een boot
valt in koud water. En je leert wat je moet doen als je benen
geblesseerd zijn. Ook leer je de echte startsprong aan zodat
je nog sneller door het water kunt gaan en nog eerder aan de
overkant kunt zijn. Je gaat net zo snel zwemmen als een orka.
De onderdelen die hieronder staan moet je kunnen om door
te gaan naar zwemvaardigheid 1.
Gekleed
met rol voorover te water
30 seconden watertrappen
30 seconden drijven + helphouding
2 banen schoolslag, onder vlot door zwemmen
en over vlot heen klimmen
2 banen enkelvoudige rugslag
uit het water klimmen
In badkleding
Met startsprong te water en door het gat op 9 meter zwemmen
5 banen schoolslag met 2 x koprol voorover en
2 x hoofdwaarts naar bodem duiken (hoekduik)
4 banen rugslag
drijven op de borst
drijven op de rug
15 meter borstcrawl
15 meter rugcrawl
30 seconden watertrappelen met armen en benen en verplaatsen
30 seconden verticaal drijven met gebruik van armen
Als je aan deze eisen voldoet, kan je op voor het C-diploma.
Eisen zwemvaardigheidsdiploma 1
Gekleed zwemmen:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
sprong naar keuze (helemaal onder water gaan); na het
boven water komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen)
plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden
blijven drijven; aansluitend
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water
te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door een
gat in een verticaal in het water hangend zeil dat zich
op 9 meter van de (start-)kant bevindt; vervolgens
schoolslag tot 25 meter, daarna
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door
een koprol achterover,
- 50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door: onder een
vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen,
vervolgens erop klimmen en aan de tegenoverliggende kant
eraf gaan, wederom onder het vlot door zwemmen
- Tweetallen. Een deelnemer die in het water ligt met
behulp van een flexibeam of lesplankje naar de kant trekken.
In badkleding:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 150 meter
schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt
wordt gemaakt.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of
startblok), gevolgd door 25 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 25 meter borstcrawl.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of
startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 8 meter (beginners)vlinderslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met
een sprong naar keuze; een aantal slagen schoolslag zwemmen,
onmiddellijk gevolgd door het maken van een hoekduik en
daarna het aantikken van drie pilonnen, die op een onderlinge
afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak
zijn opgesteld.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter
wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd, proef afronden
met een gehurkte draai (360°).
- In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen.
- Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen.
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen.
Eisen zwemvaardigheidsdiploma 2
Gekleed zwemmen:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan); na
het boven water komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen)
plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut
blijven drijven; aansluitend
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een kopsprong, direct gevolgd door (zonder boven water
te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door
een gat in een verticaal in het water hangend zeil dat
zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt, waarna
(zonder boven water te komen) een pilon op 12 meter
(van de startkant) wordt aangetikt; vervolgens schoolslag
tot 25 meter; daarna
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken
door een koprol voorover en een koprol achterover,
daarna
- 50 meter schoolslag, waarbij 1 keer het volgende
onderdeel wordt uitgevoerd met tweetallen:
deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A
legt de handen op de schouders van deelnemer B en duwt
deze even onder water terwijl hij/zij er overheen zwemt.
Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
- Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water
gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand,
vervolgens de kant vastpakken, flexibeam of lesplankje
laten vastpakken door de deelnemer die in het water ligt
en deze naar de kant trekken.
In badkleding:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door 175 meter
schoolslag, waarbij minimaal 2 keer een correct keerpunt
wordt gemaakt.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of
startblok), gevolgd door 50 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 50 meter borstcrawl.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of
startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 50 meter rugcrawl.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 10 meter vlinderslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag
zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een
hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels
zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 meter
minimaal 1,5 meter onder het wateroppervlak zijn opgesteld.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter
wrikken (stuwen) in de richting van de voeten; proef
afronden met een gehurkte draai (360°) rechtsom,
uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
- In het water, met tweetallen, 4 x de bal werpen.
- Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met
de polocrawl
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal
3 keer omhoog komen.
Eisen zwemvaardigheidsdiploma 3
Gekleed zwemmen:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong voorwaarts (helemaal onder water gaan);
na het boven water komen aansluitend
- al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen)
plastic zak een drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden
blijven drijven, daarna onder water gaan, de plastic zak
legen, weer boven komen en opnieuw met lucht vullen en
30 seconden drijven,
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant
klimmen.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een kopsprong direct gevolgd door (zonder boven water
te komen)
- onder water oriënteren en onder water zwemmen door
een gat in een verticaal in het water hangend zeil
dat zich op 9 meter van de (start-)kant bevindt,
waarna (zonder boven water te komen) een pilon op
15 meter wordt aangetikt; vervolgens schoolslag tot
25 meter, daarna
- 50 meter enkelvoudige rugslag, 1 keer onderbroken
door twee koprollen voorover en twee koprollen
achterover; daarna
- 50 meter schoolslag, onderbroken door: een hoekduik,
onder water door een poortje heen, een halve draai om
de lengte-as maken naar rugligging en zo boven water
komen;
- proef afronden met zelfstandig uit het water op de
kant klimmen.
- Tweetallen. Vanaf de kant met een hurksprong te water
gaan met een flexibeam of lesplankje in de hand,
flexibeam of lesplankje laten vastpakken door de deelnemer
die minimaal 10 meter vanaf de kant in het water ligt
en deze 10 meter in rugligging naar de kant trekken.
In badkleding:
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een sprong naar keuze, onmiddellijk gevolgd door
200 meter schoolslag, waarbij minimaal 3 keer een
correct keerpunt wordt gemaakt.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand
of startblok), gevolgd door 75 meter samengestelde rugslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok
met een startsprong, gevolgd door 75 meter borstcrawl,
waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt gemaakt.
- Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of
startblok) met wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter
rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt wordt gemaakt.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een startsprong, gevolgd door 15 meter vlinderslag.
- Te water gaan van de bassinrand of een startblok met
een sprong naar keuze, een aantal slagen schoolslag
zwemmen, onmiddellijk gevolgd door het maken van een
hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem
optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem,
minimaal 2 meter diep), er doorheen gaan en vervolgens
weer boven water komen.
- In het water, rugligging, handen bij de heupen,
5 meter wrikken (stuwen) in de richting van het hoofd,
aansluitend een salto achterover gehurkt.
- Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal
met de polocrawl, met z’n tweeën naast elkaar, de bal
twee keer naar elkaar overspelen.
- 30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij
de bal minimaal 3 keer wordt overgegeven van de ene
naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak.
|